De organisatie van de Nieuwjaarsrun in Oostende was een zware bevalling. Twee weken geleden werd de wedstrijd uitgesteld omwille van het slechte weer. Eerder deze week werd het vertrek een half uur vervroegd omwille van het hoge tij!? Ik dacht dat getijden jaren op voorhand te voorspellen waren, maar bij de organisator Golazo zit er blijkbaar geen getijdenmeester? ;-)
Soit, het weer was
zeker niet beter dan twee weken geleden. Te slecht weer in ieder
geval om de ijsberen de zee in te sturen, maar niet om 700 lopers
het strand op te jagen. Windkracht 5 met rukwinden tot 80km/u en de
eerste 3 kilometer wind op kop op het strand leiden tot een vreemd
wedstrijdbeeld: de kopgroep telt een dikke dertig man, niemand
heeft veel zin om zich vooraan leeg te lopen en ik volg zonder
moeite in het spoor van de leiders.
Na drie kilometer wordt er even wind mee gelopen en de groep spat uit elkaar. De snelheid gaat zonder pardon van 12km/u naar 18km/u en dat is iets te snel. Als ik terug de dijk op draai, zijn er zes mannen “gaan vliegen” en zit ik al snel in een groepje van 8. De wind lijkt nog harder te blazen. Zand in de ogen, zand in de mond, zand in de schoenen, zand overal quoi. Ik doe mijn deel van het kopwerk, al kan ik de krachtsverhoudingen moeilijk inschatten. Aan het begin van Middelkerke wordt er teruggedraaid, maar door het razende zand is het zelfs moeilijk de seingevers te onderscheiden. Na de wind en het zand worden er nu twee kilometer duinen voorgeschoteld: bergop, bergaf,… maar wel met de wind in de rug. Ons groepje verliest de cohesie die het voordien had, nu is het meer ieder voor zich. Plaats 7 of plaats 14 maakt toch een wereld van verschil!? Ik vertrouw het hele zaakje niet, ik ken geen enkele van de andere lopers en heb geen zin in een sprint met 8. Dit is mijn terrein, hier ben ik beginnen lopen, ik ken elke plavei op deze dijk, ik zet mij op kop en plaats nogmaals een versnelling. En dan hoor ik het mooiste geluid dat een loper kan horen: dat van de stappen van andere lopers dat bij elke pas een beetje zachter wordt. Meter per meter sla ik het gat. Er probeert er nog één terug te komen, maar niet met mij, niet hier, niet vandaag. 7de plaats in het algemene klassement, eerste in mijn leeftijdscategorie.
En
Clint, die was er de ganse tijd. Ik miste hem bij de start, ik
miste zijn rug om achter te schuilen tegen de wind. Maar ik had
vooral zo graag gehad dat hij op het einde nog een sprintje
plaatste en mij inhaalde, net zoals vroeger 
" Dit
is het einde. Vanaf nu is mannelijke cyclocross voor jaren
een Belgische aangelegenheid. Het wordt geen Olympische sport meer
in mijn leven. En ja, Jan Denuwelaere wordt een hele grote.
Proficiat Jan! 



Commentaren